terug naar overzicht

Drukwerk

Nederlandse teksten voor rouwkaartjes

TEKST 1

Sterven doe je niet ineens

maar af en toe ‘n beetje

en alle beetjes die je stierf

‘t is vreemd, maar die vergeet je

het is je dikwijls zelfs ontgaan

je zegt ik ben wat moe

maar op ‘n keer dan ben je

aan je laatste beetje toe.

Toon Hermans

TEKST 2

Vergeet hem niet die zijn ganse leven

God en plicht is trouw gebleven;

die vrouw en kinderen,

die bloedverwant en vriend

tot voorbeeld heeft en troost gediend;

die moe gesloofd, die moe geleden,

een beter land is ingetreden,

alwaar hij U, vergeet hem niet

en bid voor hem, eens wederziet !

Guido Gezelle

TEKST 3

De laatste uren voor het einde

dan wordt de grote wereld klein,

is plotseling alles onbeduidend,

tot aan het laatste beetje pijn.

Wat wij zo indrukwekkend vonden,

verliest zijn glans, verliest zijn zin,

maar achter de gesloten ogen,

glanst een gigantisch groot begin.

Toon Hermans

TEKST 4

Testament

En als ik doodga, huil maar niet,

ik ben niet echt dood, moet je weten;

het is de heimwee, die ik achterliet.

Dood ben ik pas als jij die bent vergeten.

En als ik doodga, treur maar niet,

ik ben niet echt dood, moet je weten;

‘t is het verlangen, dat ik achterliet.

Dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.

En als ik doodga, huil maar niet,

ik ben niet echt dood, moet je weten;

‘t is maar een lichaam dat ik achterliet.

Dood ben ik pas als jij me bent vergeten.

Bram Vermeulen

TEKST 5

Ik heb stil en gelukkig geleefd,

mij met weinig tevreden gesteld.

Niets gevraagd en veel gekregen.

En ik ben, van alle dingen voldaan,

zachtjes ten gode gegaan.

TEKST 6

Als...

Als ik de dingen niet meer weet....

Als ik de namen niet meer ken....

En wat ik weet meteen vergeet,

zodat ik onherkenbaar ben,

denk dan aan de weg door mij gegaan,

zo heb ik het niet voor niets gedaan

Ciska Lentze

TEKST 7

Laat mijn verdriet

altijd groter wezen dan het jouwe,

zodat het eromheen kan liggen

als armen, wees niet droef

als ik zal heengaan,

dan zal ik altijd aan jullie denken.

Herman De Coninck

TEKST 8

Mijn hart is stil en luistert,

het luistert naar Uw lied,

dat uit de sterren fluistert

en murmelt in de vliet,

dat gonst en zoemt in al

wat leeft en sterven zal.

Ik luister,

en uit alle dingen

hoor ik uw goedheid zingen.

Ik hoor U overal.

Felix Timmermans

TEKST 9

Achter je ligt een leven van werken en plicht

en juist dat bepaalde in alles jouw gezicht.

Sterk was jij je hele leven,

moedig ben je tot het einde gebleven.

Sterk wil je nu dat wij zullen zijn,

maar afscheid nemen doet ons zo’n pijn.

TEKST 10

Als mens zijn wij zo klein, zo nietig.

En jij... jij had een hart van goud.

En wij, wij zijn zo droevig, zo verdrietig.

Je was een mens waar eenieder van houdt.

Toch zijn wij dankbaar

dat jij een deel was van ons leven.

Jij blijft voor eeuwig

in onze harten geschreven.

TEKST 11

De wind streelt als jouw hand

zacht langs m’n wang.

De bladeren fluisteren jouw naam

zachtjes in m’n oor.

Ondanks de pijn van het gemis

hoor ik zeggen :

ga door, ga door, ga door....

TEKST 12

Je bent er niet meer

en toch zal ik je groeten,

je elke dag weer vele malen ontmoeten.

Je handen, je lippen, je lach.

Je bent bij me,

iedere dag.

TEKST 13

Zwaar werden de dagen

en lang duurde de nacht.

Hoe moeilijk is het vechten

bij het ontbreken van de kracht.

Maar ondanks je verlies

van de strijd om het leven

heb je ons een heel stuk geluk

en ontzettend veel liefde gegeven.

TEKST 14

De dag dat dit zou gebeuren

had ik al verwacht,

maar dat het zo’n pijn zou doen

had ik nooit gedacht.

Ineens was je weg,

voorgoed, voor altijd.

Langzaam neem ik afscheid van je,

met verdriet en met veel spijt.

Ik zal je nog missen,

elke keer een beetje meer,

maar als mijn dag gekomen is,

dan zien we elkaar wel weer.

TEKST 15

Je kan niet praten met iemand

die er niet meer is.

Je kan niet luisteren naar iemand

die er niet meer is.

Je kan niet lachen met iemand

die er niet meer is.

Maar je kan nog wel houden van iemand

die er niet meer is.

TEKST 16

In de rimpels

van jouw getekend aangezicht

ligt de geschiedenis van jouw leven.

Nooit heb je geklaagd,

de strijd heb je ten einde toe gestreden.

Laat ons jouw ogen sluiten

en jouw wangen strelen,

warm en dankbaar, om ‘t schone

dat j’ons hebt gegeven.

TEKST 17

De kaars leek bijna eindeloos

maar is nu stil gedoofd....

Een leven lang liefde en zorg

een leven vol mooie dingen

wij nemen afscheid van moeder

zij speelt de hoofdrol in onze herinneringen

TEKST 18

Jij, lieve mens met je koffer vol verhalen.

Jij, lieve mens met je stil verdriet

en je zacht geluk.

Jij, lieve mens, ik ben blij

dat jij er was.

TEKST 19

De laatste uren voor het einde

dan wordt de grote wereld klein,

is plotseling alles onbeduidend,

tot aan het laatste beetje pijn.

Wat wij zo indrukwekkend vonden,

verliest zijn glans, verliest zijn zin,

maar achter de gesloten ogen,

glanst een gigantisch groot begin.

Toon Hermans

TEKST 20

Je moeder blijft je moeder,

zo eigen en vertrouwd.

Je wilt haar niet graag missen,

omdat je van haar houdt.

Maar eens dan komt de dag

dat je haar moet laten gaan.

Je verstand zegt dat het goed is,

maar in je ogen blinkt een traan.

TEKST 21

Nooit klagend, nooit vragend,

zijn lasten in stilte dragend.

Zijn handen hebben voor ons gewerkt.

Zijn hart heeft voor ons geklopt.

Zijn ogen hebben ons tot ‘t laatst gezocht.

Rust nu maar uit.

TEKST 22

Voor ons leeft de herinnering

aan je zachte glimlach

je noeste handen

de liefde van de jaren

er leeft met ons

je minnende woorden

je steeds gulle hart

je helpende gebaren.

Ugo Verbeke

TEKST 23

Een vader is vaak

een rots in de branding

altijd sterk, altijd paraat

daarom is het heel moeilijk

nu hij ons voorgoed verlaat.

TEKST 24

Je hebt iemand nodig,

stil en oprecht,

die als het er op aan komt, voor je bidt

en voor je vecht.

Pas als je iemand hebt, die met je lacht

en met je grient

dan pas kan je zeggen :

“Ik heb een vriend”.

Toon Hermans

TEKST 25

Een mis in een kerk,

een graf met een zerk.

Het einde van je bestaan.

Ik hier, jij daar,

niet meer bij elkaar.

Hoe is het toch zo kunnen gaan ?

Dax

TEKST 26

Ik heb een steen verlegd

in een rivier op aarde.

Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.

Ik leverde bewijs van mijn bestaan,

omdat door het verleggen van die ene steen

de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.

TEKST 27

Gij zijt voorbij,

maar duurt met zoveel sporen in ons hart,

in onze herinneringen,

nu wij u plots, maar niet geheel verloren,

want alles wat elk van u ontving

aan liefde en vertedering

blijft eenieder onverwoestbaar toebehoren.

Anton van Wilderode

 

TEKST 28

Geheel onverwacht ging je heen

zonder afscheid te nemen.

Geen handdruk, geen laatste zoen

zelfs de bloemen ontbrak de tijd

hun kelken te sluiten en te verwelken.

Wij kunnen slechts hete tranen plengen

om ons verdriet te verzachten

onze rood-doorlopen ogen

achter onze handen verbergen

en in gedachten je beeltenis

vasthouden en bewaren in droeve eenzaamheid.

Ugo Verbeke

TEKST 29

Avondliedeke

‘t Is goed in ‘t eigen hert te kijken

nog even voor ik slapen ga

of ik van dageraad tot avond

geen enkel hert heb zeer gedaan

of ik geen ogen heb doen schreien,

geen weemoed op een wezen lei

of ik aan liefdeloze mensen

een woordeken van liefde zei.

En vind ik in ‘t huis mijns herten,

dat ik één droefenis genas,

dat ik mijn armen heb gewonden

rondom één hoofd dat eenzaam was,

dan voel ik, op mijn lippen,

die goedheid lijk een avondzoen,

't is goed in ‘t eigen hert te kijken

en zo zijn ogen toe te doen.

Alice Nahon

TEKST 30

Mijn vadertje, hij was rechtvaardigheid.

Hij had de zware last op zich geladen,

een eerlijk man te zijn

in woord en daad.

Dat is het schone, dwaze kwaad

waar, na ons Here Jezus Christus,

de sterkste man aan ondergaat.

Marnix Gijsen

TEKST 31

Ik voel nog in mijn hand

het laatste drukken van uw handen.

Daarin lag nog wat leven,

daarin lag reeds de dood.

Daarin lag al de liefde

sedert jaren mij gegeven,

die jij, in die éne drukking nu,

voor eeuwig in mij sloot

J.Tulkens

TEKST 32

Schrijf mijn naam niet in de steen.

Niemand kan weten

hoe ik heb geheten, dan gij alleen.

Spreek geen woorden van verdriet.

Zij zijn gesproken

onze laatste woorden,

ons laatste lied.

Laat de stilte rond mij staan.

Geen boom, geen teken

om van mij te spreken.

Maar noem mijn naam,

maar noem mijn naam.

TEKST 33

Nu rust hij vredig

in ‘t gemoed van allen

die hem kenden en beminden,

mag hij daarboven

bij de Heer de gloed der rechtgeaarden vinden...

Anton Vlaskop

TEKST 34

Als het rouwrumoer

rondom jou is verstomd,

de stoet voorbij is, schuifelende voeten,

dan voel ik dat er een diepe stilte komt,

en in die stilte zal ik jou opnieuw ontmoeten.

En telkens weer zal ik je tegenkomen,

we zeggen veel te gauw, het is voorbij,

Hij heeft alleen je lichaam weggenomen,

niet wie je was en ook niet wat je zei.

Ik zal nog altijd grapjes met je maken,

we zullen samen door het stille landschap gaan.

Nu je mijn handen niet meer aan kunt raken,

raak je mijn hart nog duidelijker aan.

Toon Hermans

TEKST 35

Terwijl jij dood bent

gaat het leven door...

men zegt wel dat het ”went”

wij vinden het niet het goede woord ervoor...

want je hele leven en je naam zijn nooit te wissen

wij zullen je altijd, elke dag verwachten en missen...

Jan Coghe

TEKST 36

Ik zie mijn oude handen

hun taak is bijna gedaan

ze hebben rimpels en vouwen

vlekken bruin, die geen water wist.

Ze worden mager en beven

in verlangen naar eeuwige rust,

dan is ‘t laatste woord geschreven

het laatste kaarsje geblust

en mijn handen, mijn handen

voor ‘t laatst nog

door lieve lippen gekust.

TEKST 37

Liefste

Als ik er niet meer ben

deel me dan uit als brood

onder de levenden

en weet...

tussen de klaproos en de korenbloem

stond ik te wuiven als graan

gedenk mij

wanneer de halmen rijpen

of als de leeuwerik

ten hoogsten hemel stijgt

aanhoor de elegie

van pijnboom en plataan

denk hoe ik was genegen

het zachte oeverlis

onthou de vuurdoorn

de zonnebloem, de goudenregen

en... liefste..., vergeet het wonder

van groeiend mos tussen de stenen niet.

Iris Van de Casteele

TEKST 38

De mensen van voorbij,

zij blijven met ons leven.

De mensen van voorbij,

ze zijn met ons verweven

in liefde, in verhalen,

die wij zo graag herhalen,

in bloemen, geurig, in een lied,

dat opklinkt uit verdriet.

De mensen van voorbij,

zij worden niet vergeten.

De mensen van voorbij,

zijn in een ander weten.

Bij God mogen ze wonen;

daar waar géén pijn kan komen.

De mensen van voorbij

zijn in het licht, zijn vrij !

Alice Nahon

TEKST 39

Eeuwigheid

Dacht je dat al het grootse leven

dat hier op aarde heeft geleefd

ineens totaal afgeschreven

ineens geen enkel nut meer heeft ?

Dat alle liefde die zij gaven

hun wijsheid of hun droefenis

onder de aarde ligt begraven

en dat daar niets van over is ?

Zij leven verder en zij slapen

niet één moment, geen enk’le stond

Hij heeft de mensen niet geschapen

om op te bergen in de grond.

Toon Hermans

TEKST 40

Te jong heb je het leven afgelegd

met ongeschonden jeugd en fris gelaat.

Reeds duizendmaal vroeg ik wat kwaad

waarom God zo een mens niet leven laat.

Tot ik besefte : deze vraag

is wanhoop boven diepe kloven

omdat wij over alle dood

in leven voort mogen geloven.

J.Coghe

TEKST 41

Niets waren wij mensen,

in dit leven,

was het niet door God

gedragen en gegeven

zodat als hier het leven plots eindigt

en aan de overkant herbegint,

de mens bij Hem

voorgoed een woning vindt.

TEKST 42

Wanneer ik jou het meeste mis

als men dat vragen zou

zeg ik : wanneer ik wakker word

maar ook ‘s middags mis ik jou

en ‘s avonds als ik slapen ga

veel meer dan ik had verwacht

mis ik je tot het ochtend wordt

ik mis je

dag en nacht.

TEKST 43

Een mooi gezin heb ik gesticht,

zoals ieder mens vervulde ik m’n plicht.

Mensen een attentie geven was mijn leven.

Een vriendelijke groet, een blije lach

deelden we iedere dag.

Mijn tuin,

daar zal ik nog aan denken

en aan al diegenen die ik er kon

uit vruchten schenken.

Het leven gaat zo veel te snel voorbij,

maar wees gerust,

het is goed geweest voor mij.

Nu is mijn taak volbracht en zeg nu dankbaar

in m’n hart, tot weerziens bij de Heer.

TEKST 44

Mijn taak is hier voorbij,

denk met vreugde terug aan mij.

Blijf niet om me treuren,

het leven is mooi, vol met kleuren.

Draag me mee op een plaatsje apart,

draag me mee in jouw liefdevolle hart.

TEKST 45

Er zal een uur zijn,

dat je niet meer zult herdenken.

Een avond, die je niet ziet ondergaan,

wanneer aan het raam

een vreemdeling zal wenken

en je ziel verwonderd op zal staan.

TEKST 46

Als een bloem

Als een bloem zo is het leven

't Begin is teer en klein.

De één die bloeit uitbundig,

De ander geurt heel fijn.

Sommige bloemen blijven lang,

Weer andere blijven even.

Vraag niet bij welke groep je hoort,

Dat is het geheim van het leven.

TEKST 47

Sterven is overnachten

in een vreemd en ijskoud bed.

Op een nieuwe morgen wachten

waar de tijd is stilgezet.

‘t Is het hoofd ter ruste leggen,

tot, met een vertrouwde klop,

Vader aan de deur komt zeggen:

‘t Is weer dag, mijn zoon/dochter sta op!

Toon Hermans

TEKST 48

Funeral Blues

Stop all the clocks, cut off the telephone.

Prevent the dog from barking with a juicy bone,

Silence the pianos and with muffled drum

Bring out the coffin, let the mourners come.

Let aeroplanes circle moaning overhead

Scribbling in the sky the message He is Dead,

Put crêpe bows round the white necks of the public

doves,

Let the traffic policemen wear black cotton gloves.

He was my North, my South, my East and West,

My working week and my Sunday rest

My noon, my midnight, my talk, my song;

I thought that love would last forever, I was wrong.

The stars are not wanted now; put out every one,

Pack up the moon and dismantle the sun.

Pour away the ocean and sweep up the wood;

For nothing now can ever come to any good.

Wystan Hugh Auden

TEKST 49

We staan niet altijd stil

bij het woord “samen”

Maar het is een groot gemis

als “samen” uit je leven is.

TEKST 50

Nog menige bloem op de weide,

nog menig gras op de heide,

zal groeien, bloeien en vergaan,

eer gij uit mijn hart zult gaan.

TEKST 51

Moeder zijn is alles geven

zorg en lijden, liefde en leven.

Moeder zijn is alles derven

alles... en tevreden sterven.

TEKST 52

Mijn taak is af, mijn werk volbracht.

Mijn levensavond neigt ten nacht.

Ik zal met blij verlangen, mijn loon

uit Gods hand ontvangen.

Guido Gezelle

TEKST 53

Je handen hebben voor ons gewerkt.

Je hart heeft voor ons geklopt.

Je ogen hebben ons tot het laatst gezocht.

Rust nu maar uit.

TEKST 54

Herinner mij,

maar niet in sombere dagen.

Herinner mij, in stralende zon,

hoe ik was, toen ik alles nog kon.

TEKST 55

Hoe wonderbaar, een moederhart,

dat nooit berekent, steeds bemint.

En in het geven van zichzelf,

haar schoonste en diepste vreugde vindt.

TEKST 56

Velen deelden in je blijdschap,

weinigen deelden in je smart.

Lach en scherts gaf je aan allen,

aan uitverkorenen slechts je hart.

TEKST 57

Nu zijn alle grenzen weggevaagd,

ik ben eindelijk nieuw en vrij;

al wat ik in mezelf niet veranderen kon

veranderde God in mij.

TEKST 58

Een ander zal jouw woorden spreken,

een ander zal jouw stem verstaan,

een ander gaf ons reeds het teken :

niets van jou zal verloren gaan.

TEKST 59

Het is pas dan als iemand

er niet meer is, dat de pijn

je komt vertellen

hoe diep de liefde is.

 

TEKST 60

Je wandelt, weet ik, in een milder licht

dat voor je uitschijnt en je stappen richt,

een vrede tegemoet die wij niet kennen

naar een gezegend eeuwig vergezicht.

TEKST 61

Leven is als sneeuw

je kunt het niet bewaren,

troost is dat jij er was,

uren, maanden, jaren.

TEKST 62

Vergeet zijn tranen.

Bewaar zijn gulle lach.

Hij heeft zijn strijd gestreden,

dat hij nu rusten mag.

TEKST 63

Het verdriet was er al voor het einde.

De rouw voordat het afscheid kwam.

Het doek is nu definitief gevallen.

Wij zijn er helemaal stil van.

TEKST 64

Dat jij zo dicht bij ons mocht zijn,

maakte alles minder zwart

Echt sterven zul je voor ons nooit

omdat je voortleeft in ons hart.

TEKST 65

Er zijn geen woorden voor een zieke

van wie je weet, hij redt het niet.

Je streelt zijn wang, je ziet zijn ogen,

je bent bevangen door verdriet.

Toch ben je dankbaar

voor zijn einde,

dat na zoveel moedig strijden kwam,

omdat het niet alleen zijn leven,

maar ook zijn lijden overnam.

TEKST 66

Je wilde liever bij ons blijven,

maar de dood was veel te sterk.

Je kon de ziekte niet meer verdrijven,

ondanks al jouw werk.

Je hebt ontzettend hard gestreden,

zoals geen mens ooit strijden kan.

We zijn triest, maar ook tevreden,

want je bent weer samen met je man.

TEKST 67

Zwijgzaam, stil, zonder vragen

wou hij zijn ziekte dragen.

Hij vocht, met al zijn levenskracht

voor elke nieuwe dag en nacht.

Zo is hij langzaam,

moe gestreden,

uit ons midden weggegleden

en na een dappere maar ongelijke strijd,

uit zijn lijden nu bevrijd.

 

TEKST 68

Het is niet te begrijpen

afscheid van jou te moeten nemen.

Je stem niet meer te horen,

je lach niet meer te zien.

Je was een voorbeeld van moed.

Nooit kwam er een klacht over je lippen.

Ondanks je ondraaglijke pijn,

hoopte je tegen alle hoop in.

We hebben aan je zijde gestaan.

Je vocht tot aan je laatste zucht.

Slaap zacht nu,

je hebt het verdiend.

We zeggen je geen vaarwel,

want in ons hart

leef je voor eeuwig verder.

TEKST 69

Ons hart is gebroken

bij het verlies van onze dierbare.

Tranen vloeien bij de mooie

herinneringen aan hem.

We hadden hem nog zo graag

in ons midden gehad.

Toch zijn we ook een beetje blij,

omdat hij nu de eeuwige rust mag kennen

en eindelijk verlost is van die slepende ziekte

die hem jaren getergd heeft.

Blij omdat hij nu in vrede kan rusten

en nooit meer pijn beleeft.

TEKST 70

Zoals hij geleefd heeft,

in alle eenvoud en stilte,

zo is hij ook heengegaan.

De kleine alledaagse dingen

vormden de bouwstenen van dit leven,

dat herhaaldelijk door ziekte

werd getekend.

Hij heeft dit lijden gedragen,

de ene dag wat beter dan de andere.

Zijn heengaan is pijnlijk voor ons,

maar pijnloos voor hem.

TEKST 71

Je lag daar.

Zo stil.

Je zei niets meer.

Elke dag zagen we het einde

steeds dichterbij komen.

De greep verzwakte, het hart werd moe.

Je werd een schim van wie je ooit was.

Stilte en verdriet,

af en toe een licht gebaar.

Wat doet afscheid nemen pijn.

Je allerlaatste glimlach

staat diep in ons hart gegrift.

We zullen je nooit vergeten.

TEKST 72

”Waarom ?” was steeds je vraag.

”Waarom moet ik nu al gaan?”

De laatste maanden hebben we samen

gevochten om je beterschap.

Je verloor nooit de moed,

maar vocht dapper verder.

Je maakte zelfs nog toekomstplannen.

Toen de ziekte je lichaam volledig

in zijn macht had,

besefte je dat het einde nabij was.

Je was bang en verdrietig, wij ook.

Toch waren we ook fier dat je nog zo

gestreden hebt tot het laatste moment,

je deed het voor ons, om ons nog wat

te laten genieten van jouw gezelschap.

Nu je lichaam hier niet meer is,

blijft je ziel in ons hart verder leven.

TEKST 73

Tijdens je lange leven

heb je je naam zonder meer

grote eer aan gedaan.

Je liefde, warmte en bezorgdheid

kon je aan veel mensen kwijt.

Dat gaf jouw leven grote inhoud,

daarom is het nu hier zo koud.

Koud in ons hart,

dat met vreugde en smart,

intens zal proberen

op fijne herinneringen te teren.

TEKST 74

Als je in een heel lang leven

liefde en warmte hebt gegeven

en in tijden van verdriet,

toch nog de zonnige zijde ziet

dan heb je een goed voorbeeld gegeven

en daarmee ook betekenis aan je leven.

TEKST 75

Als je ouder wordt

en je niet meer weet waar je bent,

als je mensen ziet,

maar ze amper herkent,

dan ben je niet meer bewust

van deze wereld,

van liefde en van pijn

en zal de eeuwige rust

een welkome verlossing zijn.

TEKST 76

Oud worden...

Schoon oud worden...

Het is zachtjes aan rijp worden

vooraleer je op jouw beurt

zoals het koren gemaaid wordt.

Het is geven

in plaats van te ontvangen

om dan stil

uit de wereld te verdwijnen

die je heengaan niet opmerkt.

TEKST 77

Hoe mooier en rijker de herinnering
des te moeilijker het afscheid.
Maar dankbaarheid verandert
de pijn der herinnering in stille vreugde.
                                           D. Bonhoeffer

TEKST 78

Hand in hand
zijn wij gegaan tot aan de drempel.
Moegestreden, maar omringd door onze liefde
ben je moedig en rustig heengegaan.